Pasen·11 april·dag 101
Luisterverhaal: De man die het wilde voelen
Een verhaal om te luisteren. Over Tomas, die er niet bij was, het niet geloofde, en toch de mooiste belijdenis van het hele evangelie uitsprak.
Drie minuten. Ga even zitten.
Tomas was er niet bij.
Waar hij was, die zondagavond, weet niemand. Misschien kon hij het niet aan, tien mannen in een kamer die elkaar aankeken. Misschien was hij gewoon buiten, lopen, omdat je moet lopen als alles kapot is.
Als hij terugkomt, zijn de anderen veranderd. Ze praten door elkaar. “We hebben Hem gezien! Hij stond hier! Hij liet zijn handen zien!”
En Tomas kijkt ze aan en zegt: nee.
Niet: jullie liegen. Maar: ik geloof het pas als ik het zie. Ik wil mijn vinger in de gaten van de spijkers leggen. Ik wil mijn hand in zijn zij. Anders niet.
Dat is niet cynisch. Dat is iemand die te veel van Hem gehouden heeft om het nog een keer mis te hebben.
Acht dagen lang blijft het zo. Acht dagen tussen tien mensen die zeker weten en één die niet mee kan. Ze zetten hem niet buiten. Hij loopt niet weg. Dat is misschien het eerste wonder van dit verhaal.
Dan, de volgende zondag, deuren dicht, staat Hij er weer. Hij zegt tegen allemaal: vrede. En dan draait Hij zich naar Tomas.
“Kijk naar mijn handen. Leg je vinger hier. Leg je hand in mijn zij.”
Precies de woorden die Tomas een week eerder had gebruikt. Hij was er niet bij, en Hij had het gehoord.
En Tomas raakt niets aan. Dat staat er niet. Hij valt op zijn knieën en zegt vijf woorden die niemand vóór hem zo heeft gezegd: Mijn Heer en mijn God.
Stilte.
De twijfelaar spreekt de grootste belijdenis van het evangelie uit. Niet ondanks zijn twijfel, maar erdoorheen.
En Jezus zegt dan nog iets, over jou: gelukkig wie niet gezien heeft en toch gelooft.
Dus als je twijfelt: blijf in de kamer. Loop niet weg. Hij komt terug, en Hij weet precies wat je gezegd hebt.
Bron: Naar Johannes 20:24-29