Pasen·22 april·dag 112
Sommigen twijfelden nog
Op de berg in Galilea, oog in oog met de opgestane Jezus, staan elf mannen. En Matteüs schrijft eerlijk: sommigen twijfelden.
De elf leerlingen vertrokken naar Galilea. Ze gingen naar de berg die Jezus hun genoemd had. Toen ze Hem daar zagen, vielen ze voor Hem op hun knieën en aanbaden Hem. Maar sommigen twijfelden nog.
Dat laatste zinnetje had Matteüs makkelijk kunnen weglaten. Het staat er slordig, bijna storend. Ze zien Hem, ze knielen, en sommigen twijfelen. Wat viel er nog te twijfelen?
Blijkbaar veel. Sommige dingen zijn te groot om in één keer te geloven, ook als je ze ziet.
Maar let op wat Jezus dan doet. Hij zegt niet: laat de twijfelaars naar huis gaan. Hij stuurt ze allemaal. Ook de twijfelaars. Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van Mij. Aan alle elf, inclusief de aarzelende.
Dat is een belangrijk punt. Veel mensen wachten met volgen tot ze zeker zijn. Eerst alles uitgezocht, eerst geen vragen meer, dan ga ik. Maar zo werkt het in de Bijbel nergens. Abraham ging zonder te weten waarheen. Mozes ging tegenstribbelend. De elf gingen met twijfel in hun benen.
Geloof is geen afwezigheid van twijfel. Het is op pad gaan terwijl je nog twijfelt, omdat Hij het vraagt.
En dan de laatste zin: Ik ben alle dagen met jullie. Niet: als je zeker bent. Alle dagen. Ook de dagen waarop je niet weet of je het nog gelooft.
Bron: Matteüs 28:16-17 (BasisBijbel)