Heilige Geest·7 mei·dag 127
Luisterverhaal: De man die iedereen bang was
Een verhaal om te luisteren. Over de grootste vijand van de kerk, en hoe de Geest hem in drie dagen tot iets anders maakte.
Drie minuten. Ga even zitten.
Zijn naam is Saulus, en als je christen bent in het jaar 34, is hij de man voor wie je bang bent. Hij heeft brieven bij zich van de hogepriester. Hij gaat naar Damascus om mensen op te halen. Mannen, vrouwen, maakt niet uit. Geboeid terug naar Jeruzalem.
Hij is niet slecht. Dat is het rare. Hij is overtuigd. Hij weet zeker dat deze beweging een gevaar is voor alles wat heilig is, en hij is de man die het gaat stoppen.
Middag. De weg naar Damascus. Ineens licht, feller dan de zon. Hij valt op de grond. En een stem: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?”
Mij. Niet: mijn mensen. Mij.
“Wie bent U, Heer?”
“Ik ben Jezus, die jij vervolgt.”
Als hij opstaat, ziet hij niets meer. Ze moeten hem aan de hand naar de stad brengen. Drie dagen zit hij in een huis in de Rechte Straat. Blind. Hij eet niet, hij drinkt niet. Alles wat hij zeker wist, ligt in scherven.
Ondertussen, ergens anders in de stad, krijgt een gewone christen, Ananias, een opdracht. Ga naar dat huis. Leg die man de handen op.
Ananias heeft maar één reactie: “Heer, weet U wie dat is?”
Hij gaat toch. Hij loopt de kamer in, ziet de man voor wie hij weken bang is geweest, legt zijn handen op hem en zegt twee woorden die alles veranderen: “Broeder Saul.”
Broeder. Tegen de vervolger.
“De Heer Jezus heeft me gestuurd, zodat je weer kunt zien en vol wordt van de Heilige Geest.”
Er valt iets van zijn ogen. Hij ziet. Hij wordt gedoopt. Hij eet.
Stilte.
Een paar jaar later schrijft deze man meer dan de helft van het Nieuwe Testament.
De Geest zoekt niet de mensen die er al klaar voor zijn. Hij zoekt de mensen die niemand meer verwacht. Als je vandaag denkt dat je te ver bent gegaan, te hard, te overtuigd van het verkeerde: er is een weg naar Damascus. En er is een Ananias die je broeder noemt.
Bron: Naar Handelingen 9:1-19