Dienen·1 juni·dag 152
Niet om gediend te worden
Nieuwe maand: dienen. Het begint bij een ruzie tussen leerlingen over wie de belangrijkste is, en een antwoord van Jezus dat alles omdraait.
Maar als je geëerd wil worden, dien dan de anderen. En als je de belangrijkste wil zijn, doe dan slavenwerk voor de anderen. Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om Zich te láten dienen, maar om Zélf te dienen. Hij is gekomen om zijn leven te geven. Zijn leven zal het losgeld zijn waarmee Hij heel veel mensen vrijkoopt.
Jakobus en Johannes hadden net gevraagd of ze straks naast Jezus mochten zitten, links en rechts van de troon. De andere tien werden boos, niet omdat de vraag verkeerd was, maar omdat zij er niet als eerste aan gedacht hadden.
Dan roept Jezus ze bij elkaar. Hij zegt: zo gaat het bij de heersers van de wereld. Bovenaan zitten, bepalen, gediend worden. Maar zo is het bij jullie niet.
En dan de omkering. Wil je groot zijn? Dien. Wil je de eerste zijn? Wees een slaaf.
Hij zegt niet dat ambitie fout is. Hij zegt dat de richting anders is. Niet omhoog, maar omlaag. Niet naar de troon, maar naar de handdoek.
En Hij onderbouwt het niet met een regel, maar met zichzelf: Ook de Mensenzoon is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om zelf te dienen. God zelf kwam om te dienen. Als Hij dat kon, wat houdt ons dan tegen?
Deze maand gaat over dat woord. Niet als vrome plicht, maar als de manier waarop Jezus de wereld binnenkwam. We beginnen dichtbij: in je eigen huis, je straat, je werk. Elke dag één stap omlaag.
Vandaag: kijk waar je gediend wilt worden. En doe daar, één keer, het omgekeerde.
Bron: Marcus 10:43-45 (BasisBijbel)