Dienen·6 juni·dag 157
Luisterverhaal: De man aan de kant van de weg
Een verhaal om te luisteren. Het bekendste verhaal van Jezus, verteld vanaf de grond, waar een man ligt te bloeden en drie mensen voorbijkomen.
Drie minuten. Ga even zitten.
De weg van Jeruzalem naar Jericho gaat steil naar beneden, dertig kilometer door kale heuvels vol grotten. Iedereen weet dat je er niet alleen moet lopen. Deze man deed het toch.
Nu ligt hij in de berm. Ze hebben zijn kleren meegenomen, zijn geld, en hem geslagen tot hij niet meer bewoog. Hij ligt daar in de zon. Hij hoort voetstappen.
Een priester. Hij komt van de tempel, van zijn dienst. Hij ziet de man. Hij kijkt, en hij steekt de weg over. Misschien denkt hij: als hij dood is en ik raak hem aan, ben ik onrein. Misschien denkt hij: het is een valstrik. Misschien denkt hij niets. Hij loopt door.
Weer voetstappen. Een Leviet, ook uit de tempel. Zelfde blik, zelfde boog om hem heen.
En dan hoort de man een ezel. En een stem met een accent dat hij kent, en haat. Een Samaritaan. Als hij had kunnen kiezen, was dit de laatste van wie hij hulp zou willen.
Maar de Samaritaan stapt af. Hij knielt in het stof. Hij giet wijn op de wonden om ze schoon te maken, olie om ze te verzachten. Zijn eigen wijn, zijn eigen olie. Hij scheurt stof voor verband. Hij tilt hem op zijn ezel, en loopt zelf.
In de herberg blijft hij de nacht. De volgende ochtend legt hij twee zilverstukken neer, twee daglonen, en zegt tegen de herbergier: zorg voor hem. Wat het meer kost, betaal ik als ik terugkom.
Stilte.
Jezus vertelde dit aan een wetgeleerde die had gevraagd: wie is mijn naaste? Hij wilde een grens. Tot hier moet ik liefhebben, daarna niet meer.
Jezus geeft geen grens. Hij draait de vraag om. Niet: wie is mijn naaste? Maar: voor wie ben jij een naaste?
En het antwoord is: voor wie in de berm ligt. Wie het ook is. Wat het ook kost.
Ga, en doe hetzelfde.
Bron: Naar Lucas 10:25-37