Rust & Sabbat·31 juli·dag 212
Wie rust, rust van zijn werk
Laatste dag van de rustmaand. Drie verzen uit Hebreeën die zeggen: er is een rust, en je moet je best doen om erin te komen. Dat klinkt tegenstrijdig. Dat is het niet.
Er bestaat dus nog steeds een belofte van rust voor het volk van God. Want wie Gods rust is binnen gegaan, rust zelf ook van zijn werk, net zoals God rustte van zijn werk. We moeten dus goed ons best doen om die rust binnen te gaan.
Ons best doen om te rusten. Het klinkt als een grap. Maar wie deze maand serieus geprobeerd heeft te stoppen, weet dat het klopt. Rust komt niet vanzelf. Alles trekt de andere kant op: je werk, je telefoon, je schuldgevoel, je omgeving. Om te rusten moet je iets doen: een grens trekken, nee zeggen, een dag apart zetten, een plek zoeken, stil worden.
Dat is de paradox. Rust is een geschenk, maar je moet het wel uitpakken.
Kijk terug op deze maand. Je hebt een uur zonder scherm geprobeerd, een sabbat, een rustplek buiten, een dag zonder nieuws, een gebed in stilte. Sommige dingen zijn gelukt, andere niet. Kies nu één ding dat blijft. Niet vijf. Eén.
Misschien is het de sabbat, één dag per week. Misschien het avondgebed. Misschien de rustplek. Misschien alleen het ochtendgebed, dertig seconden voordat je opstaat.
Schrijf het op. Zet het in je agenda als het een dag is. Vertel het aan iemand.
Wie Gods rust is binnengegaan, rust zelf ook van zijn werk, net zoals God rustte van zijn werk. Je doet dan wat God deed. Dat is niet niks.
Morgen begint augustus: schepping en dankbaarheid. Een maand om naar buiten te kijken. Uitgerust.
Bron: Hebreeën 4:9-11 (BasisBijbel)