Schepping & Dankbaarheid·2 augustus·dag 214

BijbeltekstLezen · ± 5 min

Als ik naar de sterren kijk

David keek 's nachts omhoog, als herder in het veld, en schreef de vraag op die iedereen stelt die ooit onder een sterrenhemel heeft gelegen.

Heer, onze Heer, de hele aarde laat zien hoe geweldig U bent! Aan de sterrenhemel is te zien hoe geweldig U bent. (…) Als ik zie hoe mooi de sterrenhemel is, als ik kijk hoe prachtig U de maan en de sterren heeft gemaakt, dan vraag ik mij af: “Hoe kan het dat U aan de mens denkt? Hoe kan het dat U Zich met hem bezighoudt?” U heeft hem een iets lagere plaats gegeven dan de engelen. Maar U heeft hem ook grote eer en macht gegeven. (…) Heer, onze Heer, de hele aarde laat zien hoe geweldig U bent!

Twee gevoelens tegelijk, die eigenlijk niet samen kunnen.

Het eerste: ik ben klein. Wie ooit op een heldere nacht ver van de stad omhoog heeft gekeken, kent het. Duizenden lichtjes, en achter elk lichtje een zon, en achter die zonnen sterrenstelsels. En jij, op een steen, met je zorgen over morgen. Het relativeert alles.

Het tweede: en toch denkt Hij aan mij. David gaat niet van “ik ben klein” naar “ik doe er niet toe”. Hij gaat naar verwondering. Hoe kan het dat U, die dit allemaal maakte, aan mij denkt?

En dan komt het antwoord: de mens is bijna een engel. Gekroond met eer. Aangesteld over wat God maakte. Klein, en toch koning. Nietig, en toch gezien.

Dat is de spanning waarin je leeft. Wie alleen het eerste voelt, wordt depressief. Wie alleen het tweede voelt, wordt arrogant. Wie beide voelt, wordt dankbaar.

Vanavond: ga naar buiten als het donker is. Kijk omhoog. Zeg de psalm, of alleen die vraag: hoe kan het dat U aan mij denkt?

Bron: Psalm 8:2, 4-6, 10 (BasisBijbel)

WhatsApp