Schepping & Dankbaarheid·18 augustus·dag 230

ChallengeDoen · ± 5 min

Een dag zonder klagen

Klagen en danken gebruiken dezelfde mond. Vandaag gebruik je hem voor één van de twee.

De challenge: vierentwintig uur niet klagen. Niet over het weer, niet over het verkeer, niet over collega’s, niet over je lichaam, niet over de politiek, niet over de kinderen. Niets.

De regel: elke keer dat je merkt dat je klaagt (of het wilt), stop je, en zeg je in plaats daarvan één ding waar je dankbaar voor bent. Hardop, als er iemand bij is.

Zo werkt het in de praktijk:

  • “Wat een rotweer.” → Stop. “Fijn dat ik een dak heb.”
  • “Die file ook altijd.” → Stop. “Ik heb een auto en muziek.”
  • “Hij doet nooit wat ik vraag.” → Stop. “Hij was er wel gisteravond.”
  • “Ik ben zo moe.” → Stop. “Ik heb een bed vanavond.”

Hulpmiddel: doe een elastiekje om je pols. Elke keer dat je klaagt, verschuif je het naar de andere pols. Tel aan het eind van de dag hoe vaak het verhuisd is. De eerste keer schrikken de meeste mensen.

Waarom: Paulus schrijft: dank God altijd, wát er ook gebeurt. Niet: voor alles. Wel: in alles. Klagen zet je ogen op wat ontbreekt. Danken zet ze op wat er is. Beide zijn waar. Maar je ziet alleen waar je naar kijkt.

Israël klaagde veertig jaar in de woestijn, terwijl er elke dag manna lag. Dat is het gevaar. Vandaag oefen je het tegengif.

WhatsApp