Schepping & Dankbaarheid·26 augustus·dag 238

GebedBidden · ± 5 min

Gebed van de tien melaatsen

Tien werden genezen. Eén kwam terug. Dit gebed is om die ene te zijn.

Tien mannen met een huidziekte, buiten het dorp, roepen om hulp. Jezus zegt: ga je aan de priesters laten zien. Onderweg worden ze genezen. Negen lopen door. Eén, een Samaritaan, komt terug, valt op zijn knieën en dankt.

En Jezus vraagt: waar zijn de andere negen?

Bid dit, op je knieën als je kunt:

Heer Jezus,

ik ben vaak één van de negen. Ik vraag, ik krijg, en ik loop door. Naar het volgende, naar de rest van mijn dag.

Vandaag kom ik terug.

Voor [noem iets wat je ooit gevraagd en gekregen hebt]. Ik heb er nooit voor bedankt. Nu wel.

Voor [noem nog iets]. En voor [nog iets].

Ik val voor U neer, zoals die ene. Niet omdat ik meer kreeg dan de anderen. Omdat ik terugkwam.

U zei tegen hem: sta op, je geloof heeft je gered. Zeg dat ook tegen mij.

Amen.

Let op: de tien werden allemaal genezen. Maar tegen de ene die terugkwam, zegt Jezus iets extra’s: je geloof heeft je gered. Danken is niet de betaling voor het cadeau. Het is de deur naar iets groters.

Bron: Naar Lucas 17:11-19

WhatsApp