Discipelschap·2 september·dag 245
Reken uit wat het kost
Jezus was geen verkoper. Toen de menigte groot werd, draaide Hij zich om en vertelde precies wat het kostte om Hem te volgen.
Grote groepen mensen reisden met Jezus mee. Als je bij Mij komt, moet je meer van Mij houden dan van je vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zussen. Als je niet het kruis draagt en Mij volgt, kun je geen leerling van Mij zijn. Als je een toren wil gaan bouwen, ga je toch eerst rustig uitrekenen wat het zal gaan kosten? (…) Zo kunnen jullie dus alleen maar mijn leerling zijn, als jullie alles wat jullie hebben, kunnen loslaten.
Het gaat goed. Grote groepen lopen mee. Elke beweging zou dit moment gebruiken om te groeien. Jezus doet het tegenovergestelde. Hij draait zich om en zegt: weet je wel wat dit kost?
Meer van Mij houden dan van je familie. Een kruis dragen. Alles kunnen loslaten. Het is bijna alsof Hij mensen wil wegjagen.
Maar dat is het niet. Hij wil dat ze weten waar ze aan beginnen. Iemand die een toren bouwt, rekent eerst. Anders staat er straks een half fundament waar iedereen om lacht. Jezus wil geen halve leerlingen die na een jaar afhaken omdat het tegenvalt.
Het is eerlijk. En het is eigenlijk respectvol. Hij neemt je serieus genoeg om je de waarheid te vertellen.
Dus reken vandaag uit. Niet abstract. Wat kost het jou? Tijd die anders naar iets anders ging. Een reputatie bij mensen die geloof gek vinden. Geld dat je weggeeft. Een mening die je bijstelt. Een relatie die schuurt omdat jij anders bent gaan leven.
En vraag dan: is Hij dat waard? Als het antwoord ja is, bouw dan door. Als het antwoord aarzelt, is dat ook goed om te weten. Beter nu dan bij een half fundament.
Bron: Lucas 14:25-28, 33 (BasisBijbel)