Discipelschap·5 september·dag 248
Gebed van een leerling
De jonge Samuel kreeg van Eli één zin om te zeggen als God riep. Het is nog steeds het beste gebed voor iemand die wil leren.
Samuel is een jongen in de tempel. ’s Nachts hoort hij zijn naam. Hij rent naar Eli, de oude priester: hier ben ik. Eli zegt: ik heb je niet geroepen, ga slapen. Drie keer. Dan snapt Eli het, en hij zegt: als je het weer hoort, zeg dan: Spreek, Heer, uw dienaar luistert.
Bid dit op je gebedsplek, langzaam:
Heer,
spreek. Uw dienaar luistert.
Ik heb vandaag veel te zeggen, maar ik begin met luisteren. Ik ben hier niet om U te vertellen wat ik nodig heb. Ik ben hier om te leren.
Wat wilt U mij vandaag leren? Over U, over mijzelf, over de mensen om mij heen?
(Stilte. Een minuut. Langer als het kan.)
Ik weet niet altijd of ik U hoor of mijzelf. Leer mij het verschil. En als ik het niet hoor, laat het dan terugkomen, zoals bij Samuel. Drie keer als het moet.
Spreek, Heer. Uw dienaar luistert.
Amen.
Een leerling praat minder dan hij luistert. Dat is het verschil met een klant, die vertelt wat hij wil hebben. Deze maand oefen je de houding van Samuel: eerst luisteren, dan pas praten.
Bid dit gebed elke ochtend deze week. Het is kort genoeg om uit je hoofd te leren.
Bron: Naar 1 Samuel 3:9-10