Opnieuw beginnen·25 januari·dag 25
Volg Mij – de tweede keer
Petrus had Jezus drie keer verloochend. Na Pasen staan ze weer aan hetzelfde meer als op dag 1. En Jezus zegt hetzelfde als toen.
“Simon, zoon van Jona, houd jij meer van Mij dan de anderen?” Simon zei tegen Jezus: “Ja Heer, U weet dat ik van U houd.” Hij zei tegen Simon: “Voed mijn lammetjes.” (…) “Simon, zoon van Jona, houd je van Mij?” Petrus werd verdrietig dat Hij hem dat voor de derde keer vroeg. En hij zei tegen Jezus: “Heer, U weet alles. U weet dat ik van U houd.” Jezus zei tegen hem: “Zorg voor mijn schapen.” (…) Daarna zei Hij tegen hem: “Volg Mij.”
Zelfde meer. Zelfde man. Zelfde twee woorden. Maar er is van alles gebeurd.
Petrus heeft beloofd dat hij voor Jezus zou sterven, en een paar uur later gezworen dat hij Hem niet kende. Drie keer. Bij een vuurtje. Hij is teruggegaan naar het vissen, want wat moet je anders.
En dan staat Jezus op het strand. Hij maakt een vuurtje, net als toen. Hij vraagt drie keer: houd je van Mij? Eén keer voor elke verloochening. Niet om Petrus in te wrijven wat hij deed, maar om het uit te wissen. Elke keer krijgt Petrus een taak terug: zorg voor mijn schapen.
En dan: Volg Mij.
Dit is misschien wel de belangrijkste tekst van de maand. Want ergens in dit jaar ga je de mist in. Je slaat dagen over, je doet het tegenovergestelde van wat je hier leest, je verloochent Hem bij je eigen vuurtje. En dan is de vraag niet of Jezus je nog wil. De vraag is of je terugkomt naar het strand.
Hij staat er al. Hij heeft het vuur al aan.
Bron: Johannes 21:15-17, 19 (BasisBijbel)