Vergeving & Genade·30 oktober·dag 303
Luisterverhaal: De broers
Een verhaal om te luisteren. Over een man die door zijn broers verkocht werd, twintig jaar later de macht had om wraak te nemen, en iets anders koos.
Drie minuten. Ga even zitten.
Ze hadden hem in een put gegooid. Zeventien was hij. Zijn eigen broers, uit jaloezie om een jas en een paar dromen. Ze hadden hem verkocht aan een karavaan, voor twintig zilverstukken, en tegen hun vader gezegd dat een wild dier hem had gedood.
Twintig jaar later staat Jozef in Egypte. Onderkoning. De machtigste man na de farao. Er is hongersnood, en uit Kanaän komen tien mannen graan kopen. Ze buigen voor hem. Ze herkennen hem niet.
Hij herkent hen wel.
Hij zou ze kunnen laten oppakken. Hij zou ze kunnen laten sterven van de honger. Hij zou ze precies kunnen aandoen wat zij hem aandeden, en niemand zou het hem kwalijk nemen.
Hij test ze. Hij kijkt of ze veranderd zijn. Of ze deze keer een broer zouden achterlaten. En als Juda zegt: neem mij in plaats van de jongste, dan houdt hij het niet meer.
Hij stuurt iedereen de zaal uit. En hij huilt, zo hard dat het paleis het hoort. En hij zegt: “Ik ben Jozef. Leeft mijn vader nog?”
De broers kunnen geen woord uitbrengen. Doodsbang. Nu komt de afrekening.
Maar Jozef zegt: “Kom dichterbij. Wees niet bang. Jullie hebben me hierheen verkocht, maar God heeft mij voor jullie uit gestuurd om levens te redden.”
Jaren later, als hun vader dood is, zijn de broers weer bang. Nu gaat hij het doen, nu er niemand meer is om hem tegen te houden. Ze sturen een boodschap: vergeef ons.
En Jozef huilt weer. “Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin. Maar God heeft het ten goede gedacht.”
Stilte.
Jozef ontkent niet wat er gebeurd is. Jullie hadden kwaad in de zin. Dat blijft staan. Hij zegt niet: het was niet erg.
Maar hij ziet iets groters. God heeft het gebruikt. Wat ze hem aandeden, werd de weg waardoor een heel volk gered werd.
Dat kun je niet zien terwijl je in de put zit. Dat zie je twintig jaar later, of nooit. Maar de mogelijkheid dat God het gebruikt, maakt het mogelijk om los te laten wat je anders zou vasthouden tot je sterft.
Wat hebben ze jou aangedaan? En wat zou God ermee kunnen doen?
Bron: Naar Genesis 45 en 50