Advent & Kerst·11 december·dag 345
Nodig iemand uit die alleen is met kerst
In de herberg was geen plaats. Deze kerst zorg jij dat er ergens wel plaats is, voor iemand die anders alleen zou zijn.
De challenge: nodig vandaag iemand uit voor kerst die anders alleen zou zijn. Eerste kerstdag, tweede kerstdag, kerstavond: één van de drie.
Wie:
- Een oudere buur wiens kinderen ver weg wonen.
- Iemand die net gescheiden is en de kinderen niet heeft die dag.
- Een student of arbeidsmigrant die niet naar huis kan.
- Een weduwe of weduwnaar in je kerk voor wie het de eerste kerst alleen is.
- Iemand die je niet goed kent maar van wie je vermoedt dat er niemand is.
Hoe:
Bel of ga langs. Niet appen; dit is te belangrijk. “Wat doe je met kerst? Wij eten op de eerste dag om vijf uur, en er is een stoel voor jou. Kom je?”
Als het niet kan bij jou thuis: nodig uit voor een wandeling, een kerstdienst, koffie. Iets waardoor de dag niet leeg is.
Als de ander nee zegt: dat mag. Je hebt plaats gemaakt. Zeg: “De stoel blijft vrij. Als je je bedenkt, bel je.”
Waarom: het eerste kerstfeest werd gevierd door mensen die geen plaats hadden. Maria en Jozef in een stal, herders die ’s nachts buiten waren, later wijzen uit een ver land. Kerst is nooit een feest voor binnen geweest. Het was altijd voor wie buiten stond.
Zet een stoel bij. Dat is kerst.