Advent & Kerst·21 december·dag 355
Gebed van de herders
De herders hoorden het als eersten, in het donker, terwijl ze aan het werk waren. Dit gebed is voor wie het nieuws ook midden in het gewone leven wil horen.
Heer,
de herders waren aan het werk. Nacht, kou, schapen. Niet in een tempel. Niet aan het bidden. Gewoon aan het werk. En daar kwam het nieuws.
Ik ben ook aan het werk. Of moe. Of afgeleid. Ik zit niet klaar voor een engel. Kom toch.
Het eerste wat de engel zei, was: wees niet bang. Zeg dat ook tegen mij. Ik ben bang voor genoeg dingen. [noem er één]
Het tweede was: ik breng goed nieuws, voor het hele volk. Ook voor mij dus. Ook voor wie ik ken en die het niet weet.
En het teken was klein: een kind, in doeken, in een voerbak. Geen leger, geen paleis. Een kind. Leer mij naar kleine tekens te kijken.
De herders zeiden: laten we gaan kijken. Ik zeg het ook. Laat me gaan kijken. Deze week. Naar Bethlehem.
Amen.
De herders gingen meteen. Ze wachtten niet tot hun dienst erop zat. Wat er ook op je lijst staat deze week: laat één ding staan en ga kijken.
Bron: Naar Lucas 2:8-15