Gebed·7 februari·dag 38
Bidden is ademen
Veel mensen zien bidden als een taak. Iets wat je moet doen, en waar je meestal niet aan toekomt. Maar wat als het meer lijkt op ademhalen?
Denk eens aan de laatste keer dat je iets zag wat je adem benam. Een zonsondergang, een pasgeboren kind, een bericht dat alles goed was gekomen. Wat deed je? Grote kans dat je “o God” dacht, of “dank je wel”, of gewoon even stil werd. Dat was een gebed.
Of de laatste keer dat je bang was. In de auto, in het ziekenhuis, bij een telefoontje midden in de nacht. “Alsjeblieft, laat het goed zijn.” Ook een gebed.
Bidden is niet een aparte religieuze activiteit die je aan je leven toevoegt. Het is wat er gebeurt als je hart zich naar God draait, hoe kort ook. En dat gebeurt vaker dan je denkt.
Het probleem is niet dat we niet bidden. Het probleem is dat we het niet doorhebben, en dus niet afmaken. De zucht van dankbaarheid blijft in de lucht hangen zonder dat we zeggen tegen wie hij gericht was. De schreeuw om hulp gaat nergens heen.
Deze maand leren we niet iets nieuws. We leren afmaken wat al begonnen is. De zucht wordt een zin: “Dank U.” De angst wordt een adres: “Heer, help.”
Adem in. Adem uit. Zo simpel is het begin.