Gebed·21 februari·dag 52
Stort je hart uit
David schreef deze psalm toen mensen hem naar het leven stonden. Zijn antwoord: stil worden, en dan alles zeggen.
Maar bij God ben ik veilig. Want ik vertrouw er op dat Hij me zal redden. Hij is de rots onder mijn voeten. Hij is de burcht waarin ik veilig ben. Ik zal niet verslagen worden door mijn vijanden. God zal mijn eer redden. Hij is de rots onder mijn voeten. Bij Hem ben ik veilig. Mensen, vertrouw altijd op Hem. Stort je hart bij Hem uit. Bij Hem ben je veilig.
Drie keer zegt David hetzelfde: bij Hem ben ik veilig. Alsof hij het zichzelf moet inprenten. Dat herken je misschien: je weet iets, maar je moet het herhalen om het te geloven.
En dan komt de uitnodiging, aan iedereen: stort je hart bij Hem uit.
Uitstorten. Dat is geen net woord. Je stort een emmer leeg. Je stort een verhaal eruit dat je te lang hebt ingehouden. Alles, in één keer, zonder eerst te sorteren wat gepast is.
Dat kan alleen op een veilige plek. Bij mensen storten we ons hart zelden helemaal uit; we houden altijd iets achter, uit angst of schaamte. David zegt: bij God hoeft dat niet. Hij is een rots, een burcht. Hij valt niet om van wat jij zegt.
Ga vandaag naar je gebedsplek. Neem de emmer mee. Stort hem uit. Alles wat erin zit: het mooie, het lelijke, het onafgemaakte. Je hoeft niet te sorteren. Hij is veilig.
Bron: Psalm 62:6-9 (BasisBijbel)