Gebed·24 februari·dag 55
Zegen voor wie je moeilijk vindt
Jezus zei: bid voor wie je vervolgen. Het is het moeilijkste gebed dat er is, en vandaag bid je het.
Denk aan iemand die je moeilijk vindt. Niet je aartsvijand (misschien heb je die niet), maar iemand die je irriteert, gekwetst heeft, of die je liever ontloopt. Een collega, een familielid, een ex, een buurman. Iemand met een naam.
Ga zitten. Zeg de naam. En bid, langzaam:
Heer,
ik denk aan [naam]. U weet wat er tussen ons zit. Ik hoef het niet uit te leggen.
Ik vind het moeilijk om voor hem/haar te bidden. Dus help me daarbij.
Zegen [naam]. Geef hem/haar vandaag iets goeds. Laat hem/haar weten dat U er bent. Wees bij [naam] in wat ik niet zie.
En verander mijn hart. Niet zodat ik alles goedpraat, maar zodat ik niet meer vast zit aan wat er gebeurd is.
Amen.
Het voelt misschien onecht. Dat geeft niet. Jezus zei niet: voel iets moois voor je vijand. Hij zei: bid voor hem. Doen gaat voor voelen.
Bid dit gebed de komende week elke dag voor dezelfde persoon. Kijk wat er na zeven dagen anders is. Waarschijnlijk niet de ander. Waarschijnlijk jij.