Lijdenstijd·11 maart·dag 70

OverdenkingOverdenken · ± 5 min

De handdoek

Op de laatste avond doet Jezus iets wat niemand verwacht. Hij trekt zijn bovenkleren uit en pakt een handdoek.

Jezus wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven. Maar Hij stond op van tafel, trok zijn bovenkleren uit en deed een linnen doek als schort om zoals een dienaar of een slaaf dat doet. Hij goot water in een waskom en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen.

Let op de eerste zin. Jezus wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven. En wat doet iemand met alle macht? Hij pakt een handdoek.

Voeten wassen was slavenwerk, en niet eens werk voor een Joodse slaaf; dat liet je aan de laagste in huis over. Straatvuil, stof, mest, blaren. Er zaten dertien paar voeten aan die tafel, en niemand had het gedaan, want niemand wilde de minste zijn.

Dus staat Hij op. Zonder iets te zeggen. Hij doet een doek om, knielt, en begint. Ook bij Judas, die al besloten heeft Hem te verraden. Ook bij Petrus, die straks zegt dat hij Hem niet kent.

En daarna gaat Hij weer zitten en zegt: Ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Jullie moeten hetzelfde doen als Ik.

De meeste kerken doen dit één keer per jaar, symbolisch, met een schaaltje water. Maar Jezus bedoelde waarschijnlijk iets doodgewoons: het vieze werk doen dat niemand wil, voor mensen die het niet verdienen, zonder dat er iemand kijkt.

De wc schoonmaken. De luier verschonen. De ruzie oplossen die niet van jou is. De mail sturen die niemand wil sturen. De ouder wassen die vroeger jou waste.

Het is geen ceremonie. Het is een handdoek en een emmer.

Bron: Johannes 13:3-5, 12-15 (BasisBijbel)

WhatsApp