Lijdenstijd·28 maart·dag 87
Hij liet het los
Het oudste christelijke lied dat we kennen, staat in een brief van Paulus. Het gaat over iemand die alles had en het losliet.
Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid afgelegd. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem ook de hoogste eer en de allergrootste macht gegeven.
Geleerden denken dat dit een lied was dat de eerste christenen zongen, ouder dan de brief waarin Paulus het citeert. Binnen twintig jaar na Jezus’ dood zongen mensen dit al.
Kijk naar de beweging. Het gaat omlaag, omlaag, omlaag: van God naar mens, van mens naar dienaar, van dienaar naar gekruisigde. En dan, op het diepste punt, draait het en gaat het omhoog: daarom heeft God Hem de hoogste eer gegeven.
Dat is de vorm van het hele evangelie. En Paulus schrijft het op om een heel praktische reden. Hij begint namelijk met: wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. Er was gedoe in die gemeente. Mensen die zichzelf belangrijk vonden, ruzie over wie voorop mocht.
En Paulus zegt niet: doe eens normaal. Hij zegt: kijk naar Hem. Hij had alle recht om vast te houden, en Hij liet los.
Dat is een lastige spiegel. Wij houden meestal vast aan veel kleinere dingen: gelijk hebben, gezien worden, de betere stoel, het laatste woord.
Vandaag één vraag: wat zou het betekenen om, in de kleine situatie waar jij vandaag in komt, de weg omlaag te kiezen? Niet uit zwakte. Uit vrijheid.
Bron: Filippenzen 2:5-11 (BasisBijbel)