Pasen·5 april·dag 95
Als het niet waar is
Paulus was niet bang voor de eerlijkste vraag: wat als Jezus niet is opgestaan? Zijn antwoord is verrassend nuchter.
En als Christus niet is opgestaan uit de dood, dan betekent onze boodschap helemaal niets. Dan heeft het ook geen zin om in Hem te geloven. (…) Maar: Christus ís uit de dood opgestaan! Hij was de eerste van alle gestorven mensen die dat deed.
Mensen zeggen soms: het maakt niet uit of het letterlijk gebeurd is, het gaat om de boodschap. Paulus zou dat nooit zeggen. Hij schrijft juist: als het niet gebeurd is, ga dan naar huis. Dan zijn we zielig.
Dat is opvallend voor een gelovige. Hij zet alles op één kaart. Geen “het is een mooi symbool voor nieuw begin”. Nee: een dode man is uit een graf gekomen, of we hebben allemaal onze tijd verspild.
Waarom durfde hij dat? Omdat hij, een paar verzen eerder, een lijst geeft. Petrus heeft Hem gezien. De twaalf. Vijfhonderd mensen tegelijk, van wie de meesten nog leven, ga het maar vragen. Jakobus, zijn broer die eerst niet geloofde. En als laatste Paulus zelf, die christenen aan het vervolgen was.
Dit zijn geen mensen die een verhaal verzonnen. Het zijn mensen die het niet verwachtten, het niet wilden, en er uiteindelijk voor stierven.
Het is goed om er zelf eerlijk over na te denken. Niet omdat je alles moet kunnen bewijzen, maar omdat je mag weten waar je op staat. Het christelijk geloof is geen filosofie. Het is een bericht: er is iets gebeurd.
En als dat gebeurd is, dan is er niets meer wat niet kan.
Bron: 1 Korintiërs 15:14, 17, 20 (BasisBijbel)