Pasen·24 april·dag 114

PodcastLuisteren · ± 5 min

Luisterverhaal: Vis op het strand

Een verhaal om te luisteren. Over zeven mannen die terug gingen naar hun oude leven, en Iemand die op het strand stond met een vuurtje.

Drie minuten. Ga even zitten.

Ze zijn terug in Galilea. Hij had gezegd dat ze daarheen moesten gaan, dus dat deden ze. En toen? Niets. Dagen wachten. Niemand die zegt wat er nu moet gebeuren.

Petrus houdt het niet meer uit. “Ik ga vissen.” Zes anderen gaan mee. Het is het enige wat ze kunnen. Het oude leven, de oude boot, het oude water.

Een hele nacht. Niets. Geen vis. Zoals die eerste nacht, drie jaar geleden, vlak voordat alles begon.

Bij het ochtendgloren staat er iemand op het strand. Honderd meter ver, in het grijze licht. Hij roept: “Hebben jullie iets gevangen?” Nee. “Gooi het net aan de rechterkant uit.”

Ze doen het. Waarom? Omdat een vreemdeling het zegt? Misschien omdat ze niets te verliezen hebben.

Het net wordt zo zwaar dat ze het niet meer binnen krijgen.

En dan weet Johannes het. “Het is de Heer.” Petrus hoort het, trekt zijn kleren aan, want hij was aan het werk, en springt in het water. Hij zwemt. Hij kan niet wachten tot de boot er is.

Op het strand ligt een vuurtje. Houtskool. Er ligt al vis op, er ligt brood naast. Hij heeft ontbijt gemaakt.

“Kom eten.”

Niemand durft te vragen wie Hij is. Ze weten het. Hij pakt het brood en geeft het ze, en de vis.

Stilte.

Het is het derde keer dat ze Hem zien na de opstanding. En wat doet Hij? Geen preek. Geen verwijt over dat ze teruggegaan zijn naar hun boten. Hij maakt een vuurtje en roostert vis.

Er is nog iets. Dat houtskoolvuur. Het woord komt in het hele Nieuwe Testament maar twee keer voor. De andere keer was op een binnenplaats, waar Petrus zich warmde en drie keer zei dat hij Hem niet kende.

Nu staat er weer een houtskoolvuur. En Hij heeft het zelf aangestoken. Om Petrus te laten weten: hier, precies hier, begint het opnieuw.

Bron: Naar Johannes 21:1-14

WhatsApp