Pasen·25 april·dag 115
Schrijf een brief van de opgestane Jezus aan jezelf
Jezus zei tegen zijn leerlingen wat ze nodig hadden: vrede, kom eten, volg Mij, Ik ben met je. Wat zou Hij tegen jou zeggen? Schrijf het op.
Dit is een oefening die mensen al eeuwen doen: je schrijft een brief niet áán God, maar alsof Hij aan jou schrijft. Het voelt eerst raar. Doe het toch.
Pak pen en papier. Geen scherm; het moet met de hand.
Begin met je naam. Lieve [naam], of [naam], zoals Hij Maria bij haar naam noemde.
Schrijf dan vijf tot tien zinnen vanuit Hem. Gebruik wat je de afgelopen weken hebt gelezen als voorbeeld:
- Wat Hij tegen jou zou zeggen over je twijfel (denk aan Tomas).
- Wat Hij zou zeggen over je grootste misser (denk aan Petrus bij het vuurtje).
- Wat Hij zou zeggen over wat je aan het zoeken bent (denk aan Maria in de tuin).
- Waar Hij bij je wil zijn (denk aan Emmaüs, en aan “alle dagen”).
- Wat Hij je vandaag vraagt te doen.
Geen theologie. Gewone woorden. Zoals iemand die van je houdt schrijft.
Onderteken niet. Vouw hem op en leg hem bij je gebedsplek, of in je bijbel.
Lees hem over een maand terug. Je zult verrast zijn hoeveel ervan klopt.
Is dit niet aanmatigend, spreken namens God? Nee, als je dicht bij zijn eigen woorden blijft. Je verzint niets nieuws. Je neemt wat Hij al gezegd heeft, en laat het bij jou aankomen.