Pasen·30 april·dag 120
Waarom staan jullie naar de lucht te staren?
Laatste dag van de paasmaand. Jezus gaat naar de hemel, en zijn leerlingen blijven staan kijken. Tot twee mannen ze wakker schudden.
“Maar jullie zullen de Heilige Geest krijgen. Hij zal jullie kracht geven. Dan zullen jullie aan de mensen gaan vertellen wat jullie van Mij hebben gezien en gehoord. Eerst in Jeruzalem, dan in heel Judea en Samaria en daarna in de hele wereld.” Hierna zagen ze hoe Hij opsteeg naar de hemel. Toen kwam er een wolk en ze zagen Hem niet meer. Ze bleven naar de lucht staan staren. Plotseling stonden er twee mannen in witte kleren bij hen. Ze zeiden: “Mannen uit Galilea, waarom staan jullie naar de lucht te staren?”
Hemelvaart is een raar feest. Iemand van wie je houdt gaat weg, en dat moet je vieren?
Maar kijk wat er gebeurt. Jezus zegt eerst wat er komt: de Geest, kracht, een opdracht die steeds groter wordt. Dan gaat Hij, en de leerlingen staan daar. Naar boven te kijken. Alsof ze wachten tot Hij terugkomt om nog even uit te leggen hoe het moet.
En dan die twee mannen, met hun bijna geïrriteerde vraag. Waarom staan jullie naar de lucht te staren? Hij komt terug, ja. Maar in de tussentijd is er werk. Ga naar Jeruzalem. Wacht daar. Het begint bij jullie.
Hemelvaart betekent dat Jezus niet meer op één plek is. Toen Hij op aarde liep, kon Hij maar in één dorp tegelijk zijn. Nu is Hij, door zijn Geest, overal. In elke kamer, in elke stad, bij elke mens die Hem aanroept.
Dat is het feest: niet dat Hij weg is, maar dat Hij niet meer beperkt is.
Vier maanden onderweg. Je hebt Hem leren volgen, leren bidden, met Hem geleden en gefeest. Nu komt de vraag die de engelen stelden. Niet meer omhoog kijken. Om je heen kijken. En gaan.
Morgen begint de maand van de Geest.
Bron: Handelingen 1:8-11 (BasisBijbel)