Heilige Geest·3 mei·dag 123
ChallengeDoen · ± 5 min
Spreek een taal die de ander verstaat
Op Pinksteren hoorde iedereen het goede nieuws in zijn eigen taal. Vandaag oefen jij dat: één gesprek voeren in de taal van de ander.
Het wonder van Pinksteren was niet dat de leerlingen zo goed konden praten. Het was dat iedereen het verstond. In zijn eigen taal, zijn eigen wereld.
De challenge: voer vandaag één gesprek waarin je bewust in de taal van de ander spreekt. Dat betekent:
- Luister eerst. Stel twee vragen voordat je zelf iets zegt. Wat houdt deze persoon bezig? Waar maakt hij of zij zich druk om?
- Gebruik zijn woorden, niet de jouwe. Als iemand het over “energie” heeft en jij zou “zegen” zeggen, gebruik dan “energie”. Als iemand over “rust” praat, praat dan over rust.
- Laat het jargon thuis. Geen kerktaal, geen vakjargon, geen afkortingen.
- Kies iemand die anders is dan jij. Jonger, ouder, uit een andere cultuur, met een andere mening. Hoe groter het verschil, hoe meer je oefent.
Je hoeft in dat gesprek niet over God te beginnen. Het gaat erom dat je de ander verstaat, en dat de ander zich verstaan voelt. Dat is waar de Geest mee begint.
Bonus: vraag aan het eind: “Heb ik je goed begrepen?” Kijk wat er gebeurt met het gezicht van de ander.