Dienen·30 juni·dag 181
Nooit stoppen met goed doen
Laatste dag van de maand van dienen. Paulus weet dat het zwaar kan zijn, en hij zegt: hou vol. Er komt een oogst.
Help elkaar met de moeilijke dingen in het leven. Want dan doe je wat de wet van Christus van jullie wil. (…) Laten we nooit stoppen om goed te doen. Want uiteindelijk zullen we daarvan de zegen oogsten. Maar dan moeten we wel doorzetten! Daarom moeten we, wanneer we de kans hebben, voor iedereen goed zijn. Maar vooral voor de mensen die bij Gods gezin horen.
Paulus gebruikt een boerenbeeld: zaaien en oogsten. En hij weet wat elke boer weet: tussen zaaien en oogsten zit een lange tijd waarin je niets ziet.
Zo is het met dienen. Je brengt een pan soep, je bezoekt iemand, je repareert een fiets, je geeft een uur. En er gebeurt niets. Geen bedankje, geen verandering, geen zichtbaar effect. Dan denk je: waar doe ik het voor?
Paulus zegt: je zaait. Wat je in de grond stopt, zie je niet. Maar het is er. En er komt een oogst, als je doorzet.
Dertig dagen dienen. Misschien is er iets gegroeid in jou: een oog voor wie er ligt, een hand die sneller opent, een gewoonte om te vragen “kan ik iets doen?” Dat is ook oogst.
En let op het laatste zinnetje: wanneer we de kans hebben. Niet altijd, niet alles, niet iedereen. Wanneer de kans er is. Dat haalt de druk eraf. Je hoeft de wereld niet te redden. Je hoeft alleen te zien wanneer de kans er is, en dan niet door te lopen.
Morgen begint juli: rust. Je hebt het verdiend, en je hebt het nodig. Wie dient zonder rust, wordt Martha. Wie rust zonder dienen, wordt niets. Beide horen bij elkaar.
Bron: Galaten 6:2, 9-10 (BasisBijbel)