Discipelschap·19 september·dag 262

OverdenkingOverdenken · ± 5 min

Zout en licht

Jezus zegt niet: wees zout. Hij zegt: jullie zijn zout. Het is geen opdracht maar een vaststelling. De vraag is alleen of het nog werkt.

Jullie zijn het zout voor de wereld. Maar als het zout niet meer zout is, waarmee kun je het dan nog zout maken? Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. En als je een olielamp aansteekt, zet je er daarna geen emmer overheen. Nee, je zet hem hoog neer, zodat iedereen in huis licht heeft. Laat op dezelfde manier jullie licht schijnen voor de mensen. Laat hun de goede dingen zien die jullie doen. Dan zullen ze jullie hemelse Vader ervoor prijzen.

Zout doet twee dingen: het geeft smaak, en het bewaart. Zonder koelkast was zout het enige wat vlees goed hield. Een klein beetje, en het hele stuk bleef eetbaar.

Licht doet één ding: het laat zien. In een donker huis zie je niets, zet een lamp neer en alles is er.

Jezus zegt: dat zijn jullie. Niet: dat moeten jullie worden. Dat zijn jullie, nu. Een leerling van Jezus is vanzelf zout en licht in zijn omgeving, omdat hij op zijn Meester lijkt.

Er zijn maar twee manieren om het te verpesten. Zout dat zijn kracht verliest: een leerling die zo op zijn omgeving gaat lijken dat er geen verschil meer is. En een lamp onder een emmer: een leerling die zijn geloof verstopt, uit angst of schaamte.

En kijk hoe het eindigt. Niet: laat je licht schijnen zodat mensen jou prijzen. Maar: zodat ze je Vader prijzen. Het licht is niet van jou. Je bent alleen de lamp.

Vandaag: doe één goed ding zichtbaar. Niet om gezien te worden, maar zodat iemand misschien denkt: waar komt dat vandaan?

Bron: Matteüs 5:13-16 (BasisBijbel)

WhatsApp