Discipelschap·20 september·dag 263
Gebed om door te gaan
Paulus schreef: ik vergeet wat achter me ligt en strek me uit naar wat voor me ligt. Dit gebed is voor als je terugkijkt en wilt opgeven.
Heer,
ik ben er nog niet. Ik dacht dat ik na negen maanden verder zou zijn. Meer geduld, minder scherp, meer rust, minder ik. En ik kijk naar mijzelf en zie nog steeds mijzelf.
Paulus zei het ook: ik verbeeld me niet dat ik er al ben. Als hij dat zei, mag ik het ook zeggen.
Maar hij zei nog iets: ik ben gegrepen. Door U. Voordat ik iets kon. Dat is niet veranderd. Dat verandert niet.
Dus ik laat achter wat achter me ligt. De dagen die ik oversloeg. De keren dat ik het verpestte. De vergelijking met anderen die verder lijken.
En ik strek me uit. Naar morgen. Naar de volgende stap. Naar U.
Niet omdat ik sterk ben. Omdat U mij hebt vastgepakt en niet loslaat.
Geef mij vandaag genoeg om één stap te zetten. Morgen vraag ik het opnieuw.
Amen.
Een hardloper kijkt niet achterom tijdens de wedstrijd. Niet omdat het verleden niet bestaat, maar omdat je er niet sneller van gaat. Vandaag kijk je vooruit.
Bron: Naar Filippenzen 3:12-14