Discipelschap·23 september·dag 266
Houd vast aan wat je hebt geleerd
Paulus schrijft aan zijn leerling Timoteüs, kort voor zijn dood. Het zijn de woorden van een oude leraar aan een jonge leerling.
Maar jij, Timoteüs, houd vast aan wat je hebt geleerd. Vergeet nooit van wíe je het hebt geleerd. Al vanaf je kinderjaren ken je de Boeken. Door de Boeken kun je wijs en verstandig worden. Ze leren je hoe je door het geloof in Jezus Christus kan worden gered. Alles wat God daarin heeft laten opschrijven, is nuttig. Het kan de mensen iets leren, hen beschermen tegen verkeerd onderwijs over het geloof en hen opvoeden tot een leven zoals God het wil. Zo kunnen de mensen hun geloof ontwikkelen tot een volwassen geloof. Dan zullen ze geschikt zijn voor elke taak.
Dit is uit de laatste brief die Paulus schreef. Hij zit in Rome, in een cel, en hij weet dat hij niet meer vrijkomt. En hij schrijft aan Timoteüs, die hij als jonge man had meegenomen op reis en als een zoon beschouwde.
Twee dingen zegt hij.
Vergeet nooit van wie je het hebt geleerd. Timoteüs had een moeder en een grootmoeder die hem de Boeken hadden geleerd, en daarna Paulus zelf. Geloof komt via mensen. Niemand heeft het uit zichzelf. Er was altijd iemand die het voordeed, uitlegde, volhield. Denk aan die mensen. Bedank ze, als ze nog leven.
Alles wat God heeft laten opschrijven, is nuttig. Leren, beschermen, opvoeden. De Bijbel is niet een boek dat je één keer leest en dan kent. Het is een boek dat je vormt, jaar na jaar, als je erin blijft. Timoteüs kende het vanaf zijn kinderjaren, en Paulus zegt toch: blijf.
Volwassen geloof. Geschikt voor elke taak. Dat is het doel van een leerling. Niet om iets te weten, maar om iemand te worden die inzetbaar is.
Bron: 2 Timoteüs 3:14-17 (BasisBijbel)