Discipelschap·24 september·dag 267
Schrijf een brief aan wie je het leerde
Paulus zei: vergeet nooit van wie je het hebt geleerd. Vandaag schrijf je een brief aan die persoon. Verstuur hem ook.
Stap 1: kies iemand. Iemand die jou iets over God heeft geleerd. Een ouder, grootouder, zondagsschooljuf, leraar, predikant, jeugdleider, vriend, collega. Iemand van wie je nu denkt: zonder hem of haar was ik hier niet.
Stap 2: schrijf een brief. Met de hand, op papier. Vier alinea’s:
- Wat je je herinnert. Een concreet moment. “Ik weet nog dat je…” Hoe klein ook.
- Wat het met je deed. Toen, en nu.
- Wat er van geworden is. Waar je nu staat, en dat dat mede door hen komt.
- Dank je. Gewoon zo. En misschien: “Ik bid voor je.”
Stap 3: verstuur hem. Per post. Zoek het adres op. Plak een postzegel. Een brief in de bus doet iets wat een appje niet doet.
Als de persoon is overleden: schrijf de brief toch. Lees hem hardop voor bij het graf, of thuis, aan God. En bedank Hem voor die persoon. Bewaar de brief bij je kaart van dag 258.
Waarom: de meeste mensen die anderen iets leren over God, weten nooit of het is blijven hangen. Ze zaaien, en ze zien de oogst niet. Jouw brief is hun oogst. Je hebt geen idee hoeveel dat betekent.
En het is discipelschap: je erkent dat je een leerling bent, van iemand die het weer van iemand had, tot aan Jezus terug.