Vergeving & Genade·7 oktober·dag 280
Luisterverhaal: De stenen
Een verhaal om te luisteren. Over een vrouw die op heterdaad betrapt werd, een kring mannen met stenen, en Iemand die in het zand schreef.
Drie minuten. Ga even zitten.
Vroeg in de ochtend. Jezus zit in de tempel, mensen om Hem heen, Hij onderwijst. En dan komt er lawaai. Een groep wetgeleerden sleept een vrouw naar voren en zet haar in het midden. Ze heeft haar kleren half aan. Ze kijkt naar de grond.
“Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt op overspel. Mozes zegt dat we zulke vrouwen moeten stenigen. Wat zegt U?”
Het is een val. Zegt Hij: laat haar gaan, dan breekt Hij de wet. Zegt Hij: stenig haar, dan is Hij niet de vriend van zondaars die Hij zegt te zijn, en de Romeinen staan een executie niet toe.
Waar is de man, trouwens? Overspel doe je niet alleen. Niemand vraagt het.
Jezus zegt niets. Hij bukt en schrijft met zijn vinger in het zand. Niemand weet wat. De mannen dringen aan. Hij komt overeind en zegt één zin.
“Wie van jullie nooit ongehoorzaam is aan God, laat die als eerste een steen gooien.”
En Hij bukt weer.
Het wordt stil. Dan hoor je een steen vallen. En nog een. De oudsten gaan het eerst, staat er. Zij hebben het langst geleefd en weten het best wat ze op hun geweten hebben. Een voor een lopen ze weg. Tot er niemand meer staat.
Jezus komt overeind. Alleen de vrouw is er nog.
“Waar zijn ze? Heeft niemand je veroordeeld?”
“Niemand, Heer.”
“Ik veroordeel je ook niet. Ga naar huis, en doe geen verkeerde dingen meer.”
Stilte.
Twee dingen zegt Hij, en ze horen bij elkaar. Eerst: Ik veroordeel je niet. Dan: zondig niet meer. In die volgorde.
Niet: word eerst beter, dan vergeef Ik je. Maar: je bent vrij, ga nu anders leven.
Iedereen in dit verhaal had een steen in zijn hand. Behalve de enige die het recht had om te gooien. Hij schreef in het zand.
Welke steen heb jij in je hand?
Bron: Naar Johannes 8:1-11