Vergeving & Genade·9 oktober·dag 282
Zeventig keer zeven
Petrus dacht dat hij ruimhartig was met zeven keer. Jezus deed er iets mee wat het tellen onmogelijk maakt.
Petrus kwam naar Jezus toe en vroeg: “Heer, hoe vaak moet ik iemand vergeven als hij iets verkeerds tegen mij doet? Zeven keer?” Jezus zei tegen hem: “Ik zeg je: niet zeven keer, maar 70 keer zeven keer.” (…) “Want ik had medelijden met je. Had jij dan geen medelijden moeten hebben met die andere dienaar?”
Petrus vond zichzelf waarschijnlijk royaal. De rabbi’s zeiden: drie keer. Hij verdubbelt het en doet er nog één bij. Zeven. Een volmaakt getal.
Jezus zegt: zeventig maal zeven. Vierhonderdnegentig. Het punt is niet het getal. Het punt is dat je bij vierhonderdnegentig allang gestopt bent met tellen. Vergeving die telt, is geen vergeving; het is uitstel van afrekening.
En dan vertelt Hij het verhaal. Een dienaar met een schuld van tienduizend talenten, meer dan een mens in duizend levens kan verdienen. De koning scheldt het kwijt. Zomaar. En die dienaar loopt naar buiten en grijpt een collega bij de keel om honderd denarie, een paar maanden loon.
Had jij dan geen medelijden moeten hebben?
Dat is de logica van deze maand. Je vergeeft niet omdat de ander het verdient. Je vergeeft omdat jou iets is kwijtgescholden dat zo groot is, dat alles wat een ander jou schuldig is, erbij in het niet valt.
Wie dat niet ziet, blijft tellen. Wie het wel ziet, kan niet anders dan loslaten.
Bij wie tel jij nog? Zeg vandaag de naam. En zeg dan: het is kwijtgescholden. Ook deze keer. Ook de volgende.
Bron: Matteüs 18:21-22, 33 (BasisBijbel)