Vergeving & Genade·26 oktober·dag 299

OverdenkingOverdenken · ± 5 min

Vader, vergeef het hun

Het eerste wat Jezus zei aan het kruis was geen klacht en geen schreeuw. Het was een gebed voor de mensen die de spijkers vasthielden.

Ze slaan de spijkers erin. Soldaten, die dit vaker deden. Routine. Ondertussen verdelen ze zijn kleren. Boven Hem lachen de leiders: anderen heeft Hij gered, laat Hij zichzelf redden.

En Hij zegt: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”

Niet daarna, als het voorbij is. Tijdens. Terwijl het gebeurt.

Dit is de moeilijkste zin van de hele maand, en de belangrijkste. Alles wat we over vergeving gezegd hebben, komt hier samen. Niet vergeven omdat de ander het verdient: de soldaten verdienden niets. Niet vergeven omdat de ander sorry zegt: niemand zei sorry. Vergeven omdat je ziet wat de ander niet ziet.

Ze weten niet wat ze doen. Dat is geen excuus. De soldaten wisten heel goed dat ze iemand ombrachten. Maar ze wisten niet wíe. Ze zagen niet wat ze vernietigden. Blind, niet onschuldig.

Dat is misschien de sleutel tot vergeven. Niet: het was niet erg. Wel: hij zag niet wat hij deed. Ze zag niet wie ze raakte. De meeste pijn die mensen elkaar aandoen, komt uit blindheid, niet uit haat. En blindheid kun je vergeven op een manier waarop je haat niet kunt vergeven.

Stefanus, de eerste martelaar, zei het Jezus na terwijl de stenen vielen: Heer, reken hun deze zonde niet toe. Een van de mannen die toekeek, heette Saulus. Die vergeving heeft hem uiteindelijk ingehaald.

Je weet niet wat jouw vergeving doet met de ander. Maar je weet wat het doet met jou. Het haalt de spijkers eruit.

Bron: Naar Lucas 23:33-34

WhatsApp