Hoop & Volharding·8 november·dag 312
Steek een kaars aan
Het wordt vroeg donker. Vandaag maak je een plek in huis waar elke avond één licht brandt, en je verbindt er iets aan.
November. Om vijf uur is het al schemer. Dit is de maand waarin veel mensen het zwaar hebben, en waarin een klein ritueel veel doet.
Wat je maakt: een lichtplek. Een kaars, een windlicht, een olielampje, een kandelaar. Op een vaste plek: de eettafel, de vensterbank, je gebedsplek. Als je wilt: met iets eromheen. Een steen, een tak, een foto, een tekst.
Het ritueel: elke avond, als het donker wordt, steek je de kaars aan. En je zegt één zin. Kies er één, of wissel:
- Het licht schijnt in het donker, en het donker heeft het niet in zijn macht gekregen. (Johannes 1)
- Voor [naam], die het donker heeft.
- Voor de ochtend die komt.
- Of alleen: Heer, hier ben ik.
Laat hem branden zolang je thuis bent. Blaas hem uit voor het slapen, met: Bewaar ons deze nacht.
Waarom dit hoop is: een kaars verjaagt het donker niet. De kamer blijft donker. Maar je ziet de kaars, en dus weet je dat het donker niet het enige is. Zo werkt hoop. Ze verandert de omstandigheden niet. Ze laat je zien dat er meer is dan de omstandigheden.
Doe dit de hele maand. In december zet je er meer kaarsen bij. Dat heet Advent, en het begint hier.