Advent & Kerst·9 december·dag 343

BijbeltekstLezen · ± 5 min

Laat het met mij gebeuren

Een meisje uit een dorp, een engel, en een ja dat de wereld veranderde. Het belangrijkste antwoord dat ooit gegeven is.

God stuurde de engel Gabriël naar Nazaret. Hij ging naar een jonge, ongetrouwde vrouw die nog maagd was. Ze was verloofd met Jozef. De engel ging haar huis binnen en groette haar. Toen zei hij: “God heeft jou uitgekozen.” Ze schrok toen ze hem zag. Ook was ze geschrokken van zijn woorden. De engel zei tegen haar: “Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Want God wil goed voor jou zijn. Je zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus noemen.” (…) Maria antwoordde: “Ik wil de Heer God gehoorzaam zijn. Laat Hij met me doen wat u heeft gezegd.”

Nazaret was niets. Een dorp in het noorden, waar niemand van gehoord had. Maria was niemand. Een meisje van misschien vijftien, verloofd, arm.

En daar gaat de engel heen. Niet naar Jeruzalem, niet naar de tempel, niet naar een koningin. Naar een keuken in Nazaret.

Ze schrikt. Logisch. En de engel zegt wat engelen altijd zeggen: wees niet bang. En dan het onmogelijke: je krijgt een zoon, en Hij zal Koning zijn, voor eeuwig.

Maria stelt één vraag: hoe? Niet: waarom ik? Niet: bewijs het. Gewoon: hoe kan dat? Dezelfde vraag als Zacharias, maar anders. Niet uit ongeloof, uit verwondering.

En dan haar antwoord. Laat Hij met me doen wat u heeft gezegd. In oudere vertalingen: mij geschiede naar uw woord. Ze weet niet wat het kost. Ze weet niet dat Jozef haar bijna zal verlaten, dat ze zal bevallen in een stal, dat er een zwaard door haar ziel zal gaan. Ze zegt ja.

Dat is geloof. Niet snappen hoe. Wel ja zeggen.

Waar vraagt God jou om ja te zeggen? Je weet niet hoe. Dat wist zij ook niet.

Bron: Lucas 1:26-31, 38 (BasisBijbel)

WhatsApp