Advent & Kerst·19 december·dag 353
Geen plaats
Vijf woorden uit het kerstverhaal die meer zeggen dan de rest: er was voor hen geen plaats. Het is nog steeds zo. En het is nog steeds waar Hij komt.
Er was voor hen geen plaats in de herberg.
Het is bijna een terzijde. Lucas legt niet uit waarom. Te vol, te laat, te arm, te zwanger. Maakt niet uit. Er was geen plaats, dus het kind werd geboren tussen de dieren en in een voerbak gelegd.
Dat is het begin van zijn leven. En het is het patroon van zijn leven. Geen plaats in Nazaret, waar ze Hem van de rots wilden gooien. Geen plaats bij de leiders, die Hem wilden doden. Geen plaats in de stad, waar Hij buiten de muur werd gekruisigd. Geen eigen graf; het was geleend.
Het Woord werd mens en er was geen plaats.
Het rare is: dat hield Hem niet tegen. Hij kwam toch. Niet waar het geregeld was, maar waar het niet geregeld was. Niet in de herberg, maar in de stal.
Kijk naar je eigen leven. Waar is geen plaats? Een agenda die vol is. Een hart dat vol zit met zorgen. Een huis vol spanning. Een geloof dat weinig ruimte meer heeft omdat er te veel anders is.
Precies daar komt Hij. Niet als het opgeruimd is. Nu, in de stal.
Je hoeft geen plaats te maken voordat Hij komt. Je hoeft alleen te zeggen: er is geen plaats, en toch: kom.
Dat is het meest eerlijke adventsgebed dat er is. En Hij komt erop af.
Bron: Naar Lucas 2:7