Advent & Kerst·24 december·dag 358

OverdenkingOverdenken · ± 5 min

Kerstavond

Vierentwintig december. Alle kaarsen branden. Vandaag geen nieuwe les. Alleen de nacht, en wachten tot het licht wordt.

Het is kerstavond. De vier kaarsen branden, en misschien de vijfde in het midden. Het wachten is bijna voorbij.

In veel kerken is er vanavond een dienst, laat, in het donker. Mensen die het hele jaar niet komen, komen vanavond. Dat is geen hypocrisie; dat is heimwee. Iets in mensen weet dat er vannacht iets gebeurd is.

Vanavond hoef je niets te doen. Alleen dit: ga bij de kaarsen zitten, en denk aan de mensen in het verhaal.

Maria, moe van de reis, in een stal, met weeën. Ze had ja gezegd zonder te weten dat het hier zou eindigen.

Jozef, die een plek zocht en niet vond, en die nu doet wat hij kan: water, stro, een doek.

De herders, buiten, in de kou, die nog niets weten.

En God, die vannacht mens wordt. Klein. Hulpeloos. Afhankelijk van een meisje en een timmerman. Omdat Hij bij ons wil zijn.

Dat is het hele jaar in één nacht. Alles wat je dit jaar gelezen hebt, roeping, gebed, kruis, opstanding, Geest, dienen, rust, dankbaarheid, leerling zijn, vergeving, hoop, komt hier vandaan. Uit een stal. Uit een God die kwam.

Blaas de kaarsen vanavond niet uit voor je slapen gaat. Laat ze branden zolang je op bent. En zeg, als laatste, wat de kerk al eeuwen zegt in deze nacht: Kom, laten we Hem aanbidden.

Morgen is Hij er.

WhatsApp