Gebed·19 februari·dag 50
De weduwe die niet ophield
Jezus vertelde een verhaal over een vrouw die net zo lang zeurde tot ze haar recht kreeg. En Hij zei: bid zo.
Jezus wilde de leerlingen uitleggen dat ze altijd moesten bidden en niet moesten opgeven.
Zo begint het. En dan komt een verhaal met twee hoofdpersonen: een rechter die zich van niemand iets aantrekt, en een weduwe zonder geld, zonder man, zonder invloed. Ze heeft maar één wapen: ze blijft komen. Elke dag staat ze er weer. Spreek recht tussen mij en mijn tegenpartij.
De rechter geeft uiteindelijk toe. Niet uit rechtvaardigheid, maar omdat ze hem gek maakt.
En dan de ontknoping: als zo’n rechter al luistert naar zo’n vrouw, zou God dan niet luisteren naar wie Hem dag en nacht aanroept? Ik zeg jullie dat Hij hen heel snel zal komen helpen.
Het rare is: veel gebeden voelen niet “heel snel” beantwoord. Je bidt jaren voor een kind, een huwelijk, een genezing. Wat bedoelt Jezus dan?
Misschien dit: het verschil tussen de weduwe en ons is niet dat zij sneller antwoord kreeg. Het verschil is dat zij niet stopte. Ze had geen andere optie, en dus bleef ze komen. Wij hebben andere opties: cynisme, afleiding, gewoon niet meer vragen. Dat is comfortabeler, maar het is opgeven.
Volhardend bidden is niet: God murw maken. Het is: blijven zeggen dat je van Hem afhankelijk bent, ook als je de uitkomst nog niet ziet. Elke keer dat je terugkomt, zeg je: ik geloof nog steeds dat U het bent.
Het verhaal eindigt met een vraag: als de Mensenzoon terugkomt, zal Hij dan dat geloof vinden? Niet: zal Hij mensen vinden die alles kregen. Maar: mensen die bleven komen.
Bron: Lucas 18:1-8 (BasisBijbel)