Lijdenstijd·3 maart·dag 62
Veertig dagen woestijn
Voordat Jezus begint, gaat Hij de woestijn in. Honger, stilte, en drie vragen die ook aan jou gesteld worden.
Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger. Toen kwam de duivel. Hij zei tegen Hem: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze in broden moeten veranderen.” Maar Jezus antwoordde: “In de Boeken staat: Je kan niet alleen van brood leven. Alles wat God zegt, heb je óók nodig om te leven.”
Drie keer probeert de duivel het, en elke keer begint hij met hetzelfde zinnetje: Als U Gods Zoon bent… Alsof dat nog bewezen moet worden. Terwijl God vlak daarvoor bij de doop gezegd heeft: dit is mijn geliefde Zoon.
Zo werkt verleiding meestal. Niet: doe iets slechts. Maar: bewijs dat je iemand bent.
Brood van stenen. Zorg eerst voor jezelf. Vul je honger, nu. Jezus zegt: er is meer nodig dan brood.
Spring van de tempel. Doe iets spectaculairs, laat iedereen zien wie je bent. Jezus zegt: God is geen act.
Alle koninkrijken. Neem de kortste weg naar macht. Eén knieval, en je hebt alles. Jezus zegt: ik buig maar voor Eén.
Let op hoe Hij antwoordt: niet met argumenten, maar met woorden die Hij kent. Drie keer: er staat geschreven. De woorden van zijn Vader waren zijn grond onder de voeten.
Dat is waarom je vasthoudt aan één tekst, één zin, één gebed. Niet uit vroomheid. Omdat je hem nodig hebt op het moment dat je honger hebt.
Bron: Matteüs 4:1-11 (BasisBijbel)