Lijdenstijd·23 maart·dag 82
Schrijf wat je neerlegt
Één papiertje, één zin, en een plek om het achter te laten. De eenvoudigste opdracht van deze maand, en misschien de zwaarste.
Je hebt nodig: een strookje papier, een pen, en iets van een kruis. Dat kan het kruisje van dag 66 zijn, een kruis in je huis, of twee takjes die je met een elastiekje aan elkaar maakt.
Stap 1. Schrijf op het strookje één ding dat je met je meedraagt en niet kunt dragen. Schuld, schaamte, een wrok, een angst, een verslaving, een verdriet. Eén ding, in een paar woorden. Niemand leest het.
Stap 2. Zeg hardop, terwijl je het vasthoudt: Dit kan ik niet dragen.
Stap 3. Leg het papiertje onder of bij het kruis. Laat het daar liggen, tot Pasen.
Stap 4 (optioneel, maar sterk). Verbrand het papiertje boven de gootsteen, of scheur het in kleine stukjes en gooi het weg. Terwijl je dat doet: Dit heeft U gedragen.
Waarom met je handen? Omdat je hoofd het niet altijd gelooft. Je kunt honderd keer horen dat je vergeven bent en er niets van merken. Maar als je iets loslaat en het valt uit je hand, gebeurt er iets in je lichaam dat woorden niet doen.
Als het weer terugkomt in je gedachten, en dat gebeurt, dan zeg je: dat ligt daar. Dat is niet meer van mij.