Pasen·2 april·dag 92

BijbeltekstLezen · ± 5 min

Maria!

De eerste die de opgestane Jezus ziet, is een vrouw die staat te huilen bij een leeg graf. En ze herkent Hem pas als Hij haar naam zegt.

Maria stond buiten bij het graf te huilen. (…) Toen draaide ze zich om en zag Jezus staan. Maar ze herkende Hem niet. Jezus zei tegen haar: “Vrouw, waarom huil je? Wie zoek je?” Ze dacht dat het de tuinman was en antwoordde: “Als U Hem heeft weggehaald, zeg me dan waar U Hem heeft neergelegd! Dan zal ik Hem meenemen.” Toen zei Jezus: “Maria!” Ze draaide zich om en zei tegen Hem: “Meester!”

Pasen begint niet met een fanfare. Het begint met een huilende vrouw in een tuin, vroeg in de ochtend.

Maria uit Magdala had alles aan Hem te danken. Ze was bij het kruis gebleven toen de mannen wegliepen. En nu is zelfs zijn lichaam weg. Dat is het laatste wat haar nog was overgebleven.

Dan staat er iemand achter haar. Ze denkt dat het de tuinman is. Ze kijkt Hem aan en ziet Hem niet.

Tot Hij één woord zegt. Haar naam.

Dat is het moment. Niet het lege graf, niet de engelen, niet het bewijs. Haar naam, uitgesproken door de stem die ze kende. Dan draait ze zich om en is alles anders.

Zo werkt Pasen nog steeds. Je kunt alle argumenten voor de opstanding kennen en er niets bij voelen. En dan, op een dag, in een tuin of een keuken of een auto, hoor je je naam. En je weet: Hij leeft, en Hij kent mij.

De eerste getuige van de opstanding was een vrouw, in een tijd waarin het getuigenis van vrouwen niet telde. Als je een verhaal verzint, doe je dat niet zo. Dit is niet verzonnen.

Hij is opgestaan. Zeg het vandaag hardop, minstens één keer.

Bron: Johannes 20:11-18 (BasisBijbel)

WhatsApp