Gebed·28 februari·dag 59
Vraag, en je zult krijgen
Laatste dag van de gebedsmaand. Jezus eindigt zijn les over bidden met een belofte, en met het beste cadeau dat je kunt vragen.
Daarom zeg Ik jullie: bid, want dan zul je krijgen. Zoek, want dan zul je vinden. Klop, want dan zal er voor je worden opengedaan. Want iedereen die bidt, zal krijgen. En iedereen die zoekt, zal vinden. En voor iedereen die klopt, zal worden opengedaan. Geen één vader geeft toch zijn zoon een steen als hij om een brood vraagt? Of een slang als hij om een vis vraagt? Of een schorpioen als hij om een ei vraagt? Dus ook al zijn jullie slecht, toch kunnen jullie goede dingen aan jullie kinderen geven. Dan zal jullie hemelse Vader toch zéker de Heilige Geest geven als mensen Hem daarom bidden?
Bid, zoek, klop. Drie werkwoorden, en alle drie zijn ze actief. Bidden is niet passief wachten tot er iets gebeurt. Het is vragen, op zoek gaan, aankloppen. Jezus moedigt het aan alsof Hij bang is dat we te bescheiden zijn.
Maar let op het einde. Je zou verwachten: “Dan zal jullie Vader toch zeker geven wat je vraagt?” Er staat iets anders: de Heilige Geest. Het beste cadeau is niet het ding waar je om vroeg, maar God zelf, die in je komt wonen.
Dat is misschien de samenvatting van deze hele maand. We begonnen met luisteren. We leerden een plek maken, kort bidden, klagen, danken, volhouden, zegenen. En het eindigt hier: wie bidt, krijgt uiteindelijk niet iets, maar Iemand.
Morgen begint de veertigdagentijd, de weg naar het kruis. Neem je gebedsplek mee. Je gaat ’m nodig hebben.
Bron: Lucas 11:9-13 (BasisBijbel)