Lijdenstijd·1 maart·dag 60
Stof
Een nieuwe maand, en een andere toon. We lopen vanaf vandaag met Jezus mee naar het kruis. Dat begint met een oud, eerlijk zinnetje.
In veel kerken begint de weg naar Pasen met as. Een kruisje van as op je voorhoofd, en een zin uit Genesis erbij: Je bent stof, en tot stof keer je terug.
Dat is geen vrolijk begin. Maar het is wel een opluchting.
Wij leven in een tijd die zegt dat je alles kunt worden, alles kunt bereiken, jezelf kunt optimaliseren. En daaronder zit een stille paniek: als ik alles kan worden, dan is het ook mijn schuld als het niet lukt. We rennen door, en durven niet te stoppen.
De veertig dagen naar Pasen zeggen iets anders. Ze zeggen: je bent stof. Je bent klein, je bent sterfelijk, en dat mag. Je hoeft je eigen leven niet te dragen. Er is Iemand die dat doet.
Dat is de reden dat deze periode geen sombere maand is, maar een opruimmaand. Je legt iets neer. Je maakt ruimte. Je kijkt eerlijk naar wat er niet klopt, niet om jezelf te straffen, maar omdat je weet hoe het verhaal afloopt: met een leeg graf.
De komende weken lopen we het verhaal na. De woestijn, de verleiding, de weg omhoog naar Jeruzalem, de tafel, de tuin, het kruis. Niet om somber te worden, maar omdat je Pasen pas echt viert als je weet wat het gekost heeft.
Vandaag doe je niets bijzonders. Je zegt alleen, ergens op de dag, hardop: Ik ben stof. En U houdt van mij.