Lijdenstijd·18 maart·dag 77
Zeg sorry
Het moeilijkste zinnetje in het Nederlands is vier letters lang. Vandaag zeg je het, aan één persoon, zonder maar.
De challenge: bied vandaag je excuses aan bij één persoon. Echt, niet in gedachten.
Denk aan iemand tegen wie je te scherp was, iemand die je hebt laten vallen, iemand met wie het al maanden stroef gaat en je weet precies waarom.
Hoe je het zegt:
- Noem wat je deed. Concreet. “Ik heb je afgesnauwd waar anderen bij waren.” Niet: “Als ik je gekwetst heb.”
- Zeg dat het fout was. “Dat was niet oké.”
- Geen maar. Geen “maar jij deed ook”, geen “maar ik had een rotdag”. Elke maar wist de eerste helft uit.
- Vraag niet om vergeving als een eis. “Het spijt me” is genoeg. De ander mag er tijd voor nemen.
- Zeg wat je anders gaat doen. Eén ding.
Kan het niet meer? Is de persoon overleden, of is contact onmogelijk of onveilig? Schrijf het dan op in een brief die je niet verstuurt, lees hem hardop voor bij je gebedsplek, en leg hem daarna bij God neer.
Waarom in deze weken? Omdat de weg naar het kruis begint bij eerlijk zijn over wat er kapot is. En omdat Jezus zei: als je bij het altaar staat en je bedenkt dat iemand iets tegen je heeft, ga dan eerst terug en maak het goed.
Eerst gaan. Dan bidden.