Lijdenstijd·19 maart·dag 78

GebedBidden · ± 5 min

Het gebed van de tollenaar

Jezus vertelde over twee mannen die gingen bidden. De vrome man deed het netjes. De ander kreeg gelijk. Vandaag bid je diens gebed.

Twee mannen gaan naar de tempel. De eerste, een Farizeeër, gaat vooraan staan en bidt: dank U dat ik niet ben zoals andere mensen. Ik vast twee keer per week, ik geef een tiende van alles.

Het is allemaal waar. Hij liegt niet.

De tweede is een tollenaar. Hij blijft achteraan staan, durft niet omhoog te kijken, slaat zich op de borst en zegt: God, wees mij genadig, want ik ben een slecht mens.

En Jezus zegt: die tweede ging naar huis met alles goed tussen hem en God. Niet de eerste.

Bid vandaag zo:

1. Ga zitten. Zeg niets over jezelf. Geen verdediging, geen prestatie, geen uitleg.

2. Bid, hardop, langzaam:

God, wees mij genadig.

3. Blijf stil. Herhaal het. Vijf keer, tien keer. Laat het zakken.

4. Denk aan één ding waarvan je weet: dat klopt niet in mijn leven. Noem het. En zeg dan weer:

God, wees mij genadig.

5. En luister dan, een halve minuut, naar wat Hij terugzegt. Meestal is dat: je bent vrij.

Dit is het oudste christelijke gebed dat er is. Het zit ook in het Jezusgebed van dag 41. Wie het bidt, hoeft niets meer op te houden.

Bron: Naar Lucas 18:9-14

WhatsApp